De regionale werking van Natuurpunt voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

Witte voorjaarssatijnzwam, derde vondst voor Belgiƫ

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

Onze planten- en zwammenwerkgroep is stilaan berucht en beroemd. Tijdens een uitstap in mei vond de groep een dozijn witte voorjaarssatijnzwammen in natuurgebied Het Schupleer in Vorselaar.

Een unieke vondst, want de zwam werd nog maar twee keer gevonden in België. De determinatie werd bevestigd door zwammenspecialist André de Haan van de Antwerpse Mycologische Kring.

De planten- en zwammenwerkgroep bezoekt regelmatig Het Schupleer om soorten te inventariseren. Op 6 mei vond de groep in een berm vlakbij de historische schapenstal een zwam die ze niet onmiddellijk op naam konden brengen. De groep nam een exemplaar mee voor verder microscopisch onderzoek. Staf Brusseleers en Henri Stappaerts kwamen allebei tot dezelfde conclusie: Witte voorjaarssatijnzwam. 

 

Eerste vondst of derde vondst?

Bij nazicht op waarnemingen.be en de database van Funbel van de Koninklijke Vlaamse Mycologische Verenging bleek het om een eerste vondst voor België te gaan. 

Om zeker te zijn haalde de groep er topmycoloog André de Haan bij. Na onderzoek bevestigde hij hun conclusies. Maar hij liet ook weten dat hij in zijn herbarium al twee dergelijke identieke vondsten catalogeerde. Weliswaar onder een andere naam. En daardoor was de vondst geen primeur, maar wel goed voor de derde vondst tot nu in België.

 

Publicatie Paddenstoelenflits 

Naar aanleiding hiervan publiceerden Staf Brusseleers en Roosmarijn Steemans onderstaande tekst in de Paddenstoelenflits, een nieuwsbrief van Natuurpunt.

Witte voorjaarssatijnzwam, derde vondst voor België

Op 6 mei 2016 werd de Witte voorjaarssatijnzwam (Entoloma niphoides) gevonden in een met meidoorn en sleedoorn begroeide berm in het natuurgebied het Schupleer, vlakbij de historische schapenstal.

De planten- en zwammenwerkgroep Schijnvallei vond ruim een dozijn exemplaren en bekeek deze onder de microscoop om de soort op naam te brengen.  Om alle twijfel omtrent de determinatie weg te nemen werd deze bijzondere vondst nagekeken door André de Haan van de Antwerpse Mycologische Kring. De combinatie van een witte steel en hoed,  isodiametrische sporen met een diameter van 8-10 µm en eerder schaarse gespen aan de hyfen, die wel talrijk zijn aan de basis van de basidiën bevestigen de determinatie.

Deze voorjaarssatijnzwam groeit net zoals de Harde voorjaarssatijnzwam in symbiose met sleedoorn en meidoorn, maar deze laatste heeft een grijze hoed en is wat forser.

De uiterst zeldzame satijnzwam is ook in Nederland maar van twee vindplaatsen gekend, na 1990. Daar groeit hij aan de kust omdat hij een voorkeur heeft voor kalkrijk zand. In Vorselaar lag de groeiplaats dicht bij de weg en is dus mogelijk ook kalkrijk door steenpuin.

 

Tekst webartikel: Staf Brusseleers / Philip Barbaix