De regionale werking van Natuurpunt voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

Resultaten vleermuizentelling Schildehof

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

Voor de 26ste keer trok de Zoogdierenwerkgroep de gewelven van het Schildehof in om vleermuizen te tellen. Dat gebeurde voor het eerst op 22 februari 1992. Toen werden er 2 baardvleermuizen en 2 franjestaarten geteld.

De vrijwilligers van toen bedachten dat dat er veel meer zouden kunnen zijn. Er moest alleen hier en daar wat ingegrepen worden in het winterverblijf. En zo geschiedde. Vandaag is het aantal overwinterende vleermuizen fors uitgebreid. Een overzicht.


Over tocht en waterdamp

Het belangrijkste probleem in 1992 was de sterk schommelende temperatuur. Vleermuizen hebben een stabiele temperatuur nodig om ongestoord hun winterslaap door te brengen. 4°C is ideaal. Daarom sloten de vrijwilligers van toen de toegang tot de kelder af. Bijkomend voordeel hiervan was dat er ook geen verstoring meer kon plaatsvinden. De zomerkolonie watervleermuizen profiteerde daar ook van en kon zich zo verder ontwikkelen. Het effect van die maatregel werd in de loop van de volgende jaren duidelijk zichtbaar. Het aantal overwinterende vleermuizen steeg aanzienlijk.

 

Vleermuizenreservaat

In de vroege herfst van 2002 was het vleermuizenreservaat een feit. Met verkregen subsidies konden de vrijwilligers het winterverblijf verder inrichten. De openingen werden dicht gemaakt met waterbestendige multiplexplaten. Het doel: de temperatuur zo stabiel mogelijk krijgen.

Niet alleen de tocht, maar ook de hoeveelheid water op de keldervloer van het reservaat is een belangrijke factor. Als het buiten vriest, is het binnen in de afgesloten ruimte boven het vriespunt. Het water verdampt en die warme waterdamp zorgt voor een vorstvrije locatie met hoge luchtvochtigheid. Dat is net wat vleermuizen nodig hebben om in hun winterslaap te blijven.

 

De telling van 2017

Het volgehouden beheer en de ingrepen door de jaren heen hebben er voor gezorgd dat het aantal overwinterende vleermuizen in stijgende lijn zit.

Op 15 januari 2017 staat de teller op 187 overwinterende vleermuizen. Dat zijn er 15 meer dan vorig jaar.

De verhouding is als volgt:

  • 30 baardvleermuizen
  • 29 watervleermuizen
  • 122 franjestaarten
  • 1 grootoorvleermuis
 

Conclusies

Sinds de telling gestart is, is de vleermuizenpopulatie met een gemiddelde waarde van 32% gegroeid. In dat percentage zitten ook plotse terugvallen. Bij zo’n terugval herstellen de aantallen zich wel, maar dat duurt altijd een paar jaar.

Zo’n terugval betekent niet altijd dat de populatie verkleind is. Het is perfect mogelijk dat dieren verder weg kruipen door de koude. Ze zijn dan moeilijker te tellen of helemaal niet. En soms krijgen we de indruk dat ze bij strenge winters naar de forten trekken om daar te overwinteren.

Er zijn twee soorten die de grote getallen uitmaken: de Franjestaart die ook een gemiddelde groei heeft van 32 % en waarvan het aantal tegen vorig jaar met 36% gestegen is. En er is de  Watervleermuis die ook een gemiddelde groei heeft van 32 %, maar waarvan het aantal tegen vorig jaar met 26% gedaald is.

Dan is er een groep waarvan we de twee dieren bij mekaar steken: de baardvleermuis en de brandsvleermuis. Hun aantal is over de telperiode aangegroeid met 13 % en in vergelijking met verleden jaar is de aangroei 7%.

De vleermuizenkelder van Schilde is een succesverhaal en toont aan dat goed beheer een belangrijke bijdrage levert aan de bescherming van deze bijzondere Europees beschermde zoogdieren.

De gemeente Schilde en Natuurpunt Schijnvallei mogen heel fier zijn op dit mooie resultaat.

 

Tekst: Lode Rubberecht / Kris Boers / Philip Barbaix