De regionale werking van Natuurpunt voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

Ransuil in Wommelgem

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

Al vijf jaar op rij brengt deze ransuil de zomer door in een rustige wijk in Wommelgem. Vanuit een verwilderd stukje bouwgrond houdt hij de buren nauwlettend in de gaten.

Wij gingen eens praten met buurtbewoners Annie en Mon. Zij kijken vanaf juni uit naar de terugkeer van 'den uil'.

Schijnvallei:”Dag Annie en Mon, hoe lang krijgen jullie al bezoek van die ransuil?”

Annie: “Dat moet het vijfde jaar zijn. Vanaf juni laat hij zich opmerken tussen de struiken. Vanaf september zien we hem niet meer.”

Mon:”Hij zou hier natuurlijk al langer kunnen zitten. Maar vijf jaar geleden hebben we hem voor het eerst gezien.”

Schijnvallei:”Waar zit hij dan precies?”

Mon:”Op een stuk bouwgrond naast ons huis. Dat perceel is al 30 jaar onbebouwd en nu staan er bomen en struiken op. Vanuit onze tuin kunnen we de uil zien zitten.”

Schijnvallei:”Zien jullie de ransuil elke dag?”

Annie:”Ik ga elke dag kijken en meestal zit hij op één van zijn vaste plaatsen. En dan kijkt hij je recht in de ogen met zijn oorpluimen naar boven. Hij houdt ons heel goed in de gaten. (lacht) Soms zit hij wat verborgen tussen de bladeren of zit hij tegen de stam van een boom. En dan moet je goed kijken.”

Mon:”Ik zie hem soms niet, ook al zit hij er. Maar dat zal wel aan mij liggen.” (lacht)

Annie:”Onze buurman Theo heeft hem gefotografeerd. En vorige week heeft Filip De Vos uit Ranst er ook hele mooie foto’s van gemaakt.”

Schijnvallei:”We hebben ze gekregen. Het zijn inderdaad prachtige foto’s. Bedankt voor het gesprek.”

Annie en Mon:”Graag gedaan.”

Over de ransuil

  • Lengte: 35-37 cm
  • Spanwijdte: 84 – 95 cm
  • Gewicht: 210 – 330 gram
  • Levensduur: 10 – 15 jaar


Een ransuil herken je aan zijn oranje-gele ogen en zijn lange oorpluimen, die geen echte oren zijn. Op het menu staan knaagdieren en rustende vogels. De ransuil komt voor in bosachtige gebieden met naaldbomen en open terreinen. In de winter verblijven ransuilen graag in elkaars gezelschap. Als je geluk hebt, zie je grote groepen tot wel 100 exemplaren in hun roestplaats. Dat zijn gemeenschappelijke slaapplaatsen in naaldbomen, struiken, knotwilgen of wilde hagen.

Tegenwoordig is de ransuil een zeldzame uil geworden. Er zijn verschillende oorzaken. Het toenemend aantal haviken, de vergrassing van de bosbodem waardoor muizen lastiger te vangen zijn en de achteruitgang van het aanbod aan lege kraai- en eksternesten op geschikte plaatsen.

Interview en tekst: Philip Barbaix