De regionale werking van Natuurpunt voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

De Rundvoort

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

Bij plantenliefhebbers is De Rundvoort een begrip. Het gebied is een bloemrijk hooiland waar heel wat zeldzame plantensoorten groeien zoals gevlekte orchis, kleine valeriaan, waterviolier en wilde bertram.

Maar hoe komen die planten daar? En wat doen we om die planten daar te houden?

Die zeldzame planten groeien in De Rundvoort omdat er grondwater aan de oppervlakte komt, zogenaamde kwel. Dat water is rijk aan mineralen. En daar profiteren die planten van. Planten die van stikstof houden zoals brandnetels en braam vind je amper in De Rundvoort. De reden is dat de voedingsstoffen die zij nodig hebben veel minder aanwezig zijn. En daardoor krijgen andere planten een kans.

Over landbouw en vermesting

De huidige manier van landbouw bedrijven vormt de grootste bedreiging voor gebieden zoals De Rundvoort. Landbouwgronden worden vol gemest en die voedingsstoffen komen via het regenwater en de wind elders terecht. Als Natuurpunt Schijnvallei geen beheermaatregelen zou uitvoeren in De Rundvoort, dan zou op termijn het gebied rijker aan voedingsstoffen worden. De zeldzame plantenrijkdom zou verdwijnen en algemenere plantensoorten zouden profiteren van de toegenomen voedselrijkheid.

Wat doen we precies?

Om de unieke diversiteit te behouden, doet de beheerwerkgroep van Natuurpunt Schijnvallei een aantal dingen.

Grachten ruimen

Om de twee jaar ruimen we de grachten die het gebied doorkruisen. En daar komt heel wat spierkracht aan te pas. We maken de grachten terug wat dieper en met een riek verwijderen we takken en bladeren. Dat zorgt voor meer zuurstof in het water omdat bacteriën minder organisch materiaal moeten afbreken. En meer zuurstof betekent meer kansen voor een plant zoals waterviolier.

Bovendien zorgen geruimde grachten ervoor dat het regenwater makkelijker kan wegspoelen naar Het Schijn. Tegelijkertijd moet je oppassen dat de kwel niet mee wegspoelt. Daarom worden de grachten niet te hard uitgediept.

Maaien in augustus

In augustus na de bloei en de zaadzetting van de planten maaien we De Rundvoort. Het gebied is een nat gebied, dus maaien we in de droogste maand van het jaar. Dat gebeurt meestal met bosmaaiers. Maar sommige dappere vrijwilligers van het beheerteam zoals Dirk zweren bij de zeis. We laten 10% van de planten staan zodat insecten een toevluchtsoord hebben. Het maaisel blijft niet op de hooiweide liggen, maar wordt afgevoerd. De reden hiervoor is dat de grond dan niet verrijkt kan worden met extra voedingstoffen. Anders zouden de algemenere ruigteplanten al gauw de zeldzamere planten verdringen.

Forse populieren

Het hooiland wordt in twee gesneden door een aantal forse populieren. Die verliezen elk jaar hun bladeren en die bladeren vallen op de hooiweide. De afgevallen bladeren zorgen ervoor dat de grond extra voedingstoffen krijgt. En dat willen we net vermijden. Daarom hebben we enkele jaren geleden de populieren geringd. Ringen is het wegkappen van de schors tot op het spinthout van een boom. Zo’n weggekapte ring is meestal een halve meter hoog en zorgt ervoor dat de boom de wonde niet kan genezen en dus langzaam afsterft. En dat is goed nieuws voor spechten, want zij hakken elk jaar hun nest uit een boom en creëren daardoor nestgelegenheid voor andere holenbroeders.

Omdat de populieren langzaam afsterven, verliezen ze hun takken en die vallen op de hooiweide. Als we die takken laten liggen, zorgen we ervoor dat ruigtekruiden zoals braam en brandnetels een kans krijgen. En dat willen we niet, dus ruimen we die elk jaar op.

Meer dan alleen planten

In De Rundvoort leven nog andere soorten dan planten. De zeldzame waterspitsmuis en moerassprinkaan zijn maar enkele voorbeelden. Reeën zoeken er rust- en slaapgelegenheid op. En ook de torenvalk is elk jaar van de partij. Hij broedt er in een speciale nestkast die de vogelwerkgroep heeft opgehangen.

Zin om mee te beheren?

Neem dan contact op met het secretariaat (03/354.55.06).
Iedereen kan mee komen helpen, je hebt geen specifieke kennis nodig.

Tekst: Philip Barbaix