De regionale werking van Natuurpunt voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

2017 in vogelvlucht

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

Het voorbije jaar noteerde de Vogelwerkgroep waarnemingen van bijzondere en kwetsbare vogels in de Schijnvallei. Maar ook opmerkelijk vogelnieuws en trends passeren de revue.

Hoe is het gesteld met onze vogels? Welke soorten gaan achteruit? Welke houden stand of nemen in aantal toe? En welke bijzondere vogels brachten een bezoekje aan de Schijnvallei in 2017? In dit jaaroverzicht maken we de balans op.

De waarnemingen komen van leden van de Vogelwerkgroep, van mensen met een tuin, van wandelaars in de natuurgebieden en parken in het werkingsgebied van Natuurpunt Schijnbeemden en van onze cameravallen.

Niet alleen grote natuurgebieden zijn belangrijk. Ook de kleinere lokale natuurgebieden zoals Het Veer, De Pont, het Fort van Borsbeek, de Beemdkant, het Zevenbergenbos en andere gebieden blijven belangrijk voor veel vogels en andere wilde dieren. Ze vinden er voedsel, rust- en nestgelegenheid middenin een jungle van staal en beton.

 

Zangvogels

Waar is de huismus?

Net als vorig jaar starten we het overzicht met de HUISMUS. De ooit zo talrijke tsjirper lijkt uit het straatbeeld verdwenen. Dat is te wijten aan een gebrek van nest- en schuilgelegenheid en voldoende kwalitatief voedsel. De HEGGEMUS lijkt stand te houden.

Invasie van appelvinken

VINK en GROENLING zijn vaste wintergasten in de tuin en doen het goed. In natuurgebied De Pont werden in januari tussen groepjes vinken en groenlingen ook een aantal KEPEN gezien. Die laatsten bezoeken ook regelmatig de tuinen. Op 5 december verschenen een zestal kepen aan een voedertafel in Oelegem. Op diezelfde dag liet ook een APPELVINK zich zien. 2017 was trouwens een recordjaar wat appelvinken betreft. Nog nooit werden er tijdens de trekperiode zoveel appelvinken geteld. Op een telpost in Den Haan vlogen er op 27 oktober maar liefst 143 appelvinken voorbij, een absoluut record. Dat lijkt op het eerste zicht fraai nieuws, maar de oorzaak van die invasie is minder fraai: een prangend tekort aan zaden na een goed broedseizoen. Ook andere noordelijke vogels zoals ZWARTE MEZEN, GROTE KRUISBEKKEN, en GROTE BARMSIJZEN zoeken daarom onze contreien op en worden meer gezien dan anders.

Van SIJSJES waren er in de wintermaanden weinig waarnemingen. In januari liep er een melding binnen van een groepje aan het Vrieselhof in Oelegem en in november dook er een groep van 50-75 sijzen op in het Fort van Borsbeek. In natuurgebied Beemdkant huist zoals elk jaar een groepje PUTTERS die zich te goed doen aan de zaden van ruigtekruiden.

Merelvirus breekt uit

Oktober 2017. Het lijkt wel of alle merels verdwenen zijn. Het USUTU-virus, afkomstig uit Afrika en overgedragen door steekmuggen, zaait dood en verderf. In 2016 kwam het in België tot een eerste uitbraak. Vooral merels, maar ook huismussen en uilen zijn niet opgewassen tegen het virus. Hoe groot de impact is op de merelpopulatie hier is onduidelijk. Een remedie is er nog niet.

Bosrietzanger, spotvogel en grauwe vliegenvanger

Eind mei was er in natuurgebied Beemdkant sprake van een mini-invasie van BOSRIETZANGERS. De vogel komt laat in het voorjaar naar onze streken om er te broeden en is ook één van de eerste die terug vertrekt naar het zuiden. De Vogelwerkgroep telde maar liefst zes zangposten, toch wel een bijzondere waarneming. Even verderop in natuurgebied Ertbrugge liet een al even bijzondere vogel zich horen in een aanplant van sleedoorn: een zingende SPOTVOGEL. En in juni gebruikte een GRAUWE VLIEGENVANGER een weidepaaltje in Het Veer om zijn favoriete kostje te vangen.

Fort van Borsbeek: safehaven voor zangvogels

Van de trekvogels die in onze regio broeden zijn de TJIF TJAF en ZWARTKOPGRASMUS de meest algemene soorten. Zij lijken goed stand te houden. Andere soorten zoals NACHTEGAAL, KLEINE KARAKIET, TUINFLUITER, GRASMUS, FITIS, ZWARTE ROODSTAART, GEKRAAGDE ROODSTAART, BRAAMSLUIPER en ROODBORSTTAPUIT zijn vandaag een pak minder algemeen. Je vindt hen vooral in en rond onze natuurgebieden, maar ook daar gaat het slechts om enkele vogels.

De uitzondering van afgelopen jaar was de ROODBORSTTAPUIT. In maart vlogen er 5-6 mannetjes en nog eens evenveel vrouwtjes in de velden rond het Fort van Borsbeek en aan de luchthaven van Deurne. Door de ondertunneling van de Frans Beirenslaan kwam er nieuw voor de mens ontoegankelijk gebied bij, de vogel lijkt hiervan te profiteren, want in juli vlogen er overal jongen rond. In de beemden langs Het Schijn aan het Oelegemse Vrieselhof broedde ook dit jaar een koppel roodborsttapuiten. Ze brachten drie jongen groot.

Nog in maart doken op verschillende plekken in en rond Het Fort van Borsbeek maar liefst 7 GROTE GELE KWIKSTAARTEN op. Ook in De Pont en in Het Veer werd de vogel gespot. We noteerden ook minstens één geslaagd broedgeval in Schilde. Zijn kleine broer de WITTE KWIKSTAART wordt minder gezien. In het Fort van Borsbeek vind je de vogel af en toe langs de oeverkant en in weides met grazers.

De omgeving rond het Fort van Borsbeek blijft een belangrijk toevluchtsoord voor heel wat zangvogels. Het gebied heeft een wild karakter en dat wordt duidelijk gesmaakt. Bijna alle hierboven vermelde soorten werden er gezien of gehoord. Van de zeldzame NACHTEGAAL waren er drie zangposten. Dat is opmerkelijk, want buiten één zangpost in Het Veer, één in de Beemdkant en één bij de Antwerpse Waterwerken (AWW) aan het Albertkanaal is de nachtegaal in onze regio nagenoeg verdwenen. De twee BLAUWBORSTEN, die vorig jaar waargenomen werden in een rietmoeras vlakbij het fort, keerden in 2017 niet terug. Mogelijk heeft dit te maken met het succesjaar van 2016 en weken enkele vogels ook uit naar nieuwe potentiële broedgebieden. Andere mogelijke oorzaak is dat het rietmoeras aan het verlanden is. Het overstromingsgebiedje ligt er vandaag een pak droger bij dan vorig jaar.

Koekoek, waar ben je?

De KOEKOEK is tegenwoordig een zeldzame gast in de Schijnbeemden. Vorig jaar was er in natuurgebied De Pont nog een uitgevlogen jonge vogel die wekenlang gevoederd werd door een KLEINE KARAKIET. Een mooie waarneming, maar tegelijk een druppel op een hete plaat. Het gaat al een tijdje niet goed met de sperwerduif. Waar het met de waardvogels slecht gaat, neemt ook de koekoek in aantal af. En als ook het eten van de koekoek als sneeuw voor de zon verdwijnt – de koekoek eet vooral rupsen – dan is het geen wonder dat de vogel op de Rode Lijst staat. Het aantal zangposten in onze regio bleef dit jaar beperkt tot twee: in Het Veer en in De Pont.

Een vogel met een parachute

1 tot 2 koppels BOOMPIEPERS hebben gebroed in de buurt van het Dryhoeksbos en het gelijknamige ven. Het is een vogel die graag leeft aan de rand van bossen en open plekken, maar ook kaalgekapte bospercelen met hier en daar een boom en heideterreinen worden gesmaakt. BOOMPIEPERS hebben een bijzondere zangvlucht. Vanuit een boom vliegt de vogel omhoog om vervolgens als een parachute met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. GRASPIEPERS hebben dezelfde karakteristieke vlucht, maar vertrekken en landen op de grond. Dit jaar kon de cameraval enkele graspiepers filmen in natuurgebied Beemdkant.

Op De Keer in Oelegem werden in februari 22 BOOMLEEUWERIKKEN gezien. In diezelfde maand filmde de cameraval ook enkele RIETGORZEN in natuurgebied Beemdkant. Een maand later werden twee vrouwtjes rietgorzen gezien die eten aan het zoeken waren tussen lisdodde in een waterpartij vlakbij het zigeunerpark in Borsbeek.

Van goudvink naar paapje over kramsvogels tot koperwiek

In maart vertoefde een groepje KRAMSVOGELS aan een bomenrij bij een stal vlakbij het Fort van Wommelgem. Twee PAAPJES werden op 30 april gezien in de Beemdkant, de vogels waren op late doortrek. Tijdens de Dag van de Natuur op 18 november hoorden verschillende vrijwilligers GOUDVINKEN in De Pont. Er werd ook een groep overvliegende KOPERWIEKEN gezien en ook de cameraval kon eerder op het jaar een paar vogels filmen.

Spreeuwen in koeienstallen

Er was een tijd dat spreeuwen in onze regio alom tegenwoordig waren en in grote zwermen voor wervelende luchtshows zorgden. Maar die tijd is helaas voorbij. Ook met deze vogel gaat het niet goed in de Schijnbeemden en daarbuiten. Naar een groep van een zeker formaat moet je al goed zoeken. Een groep van een paar honderd spreeuwen houdt zich op aan een boerderij aan de velden rond het Fort van Borsbeek. In de stallen van de koeien gaan ze op zoek naar lekkere hapjes.

 

Watervogels

Over reigers, speenvarkens en veenheksen

De aan water gebonden vogels lijken het in onze regio beter te doen dan de zangvogels. De BLAUWE REIGER is één van die soorten. In november filmde onze cameraval nog een reiger die een grote vis, een zeelt, oppeuzelde. De reigerkolonie aan De Pont kreeg wel af te rekenen met een tegenslag. Tijdens een storm is een beuk neergekomen en die sleurde enkele zijtakken van naburige bomen mee. Daardoor werden ook enkele nesten vernield: van de 9 nesten blijven er zo’n 5 over. De reigers weten wat doen volgend jaar.

De ROERDOMP, in Nederland noemen ze hem de rietreiger, is een zeldzame reigersoort. Hij is een vaste wintergast in De Pont en werd in januari gezien. Even later in diezelfde maand zagen leden van de Vogelwerkgroep tot hun grote verbazing een roerdomp opvliegen vanuit een met riet begroeide gracht in de Beemdkant. Maar de grote verrassing kwam er op 3 mei 2017. Toen filmde onze cameraval de schuwe reiger in De Pont. Normaal gezien had het dier al lang in zijn broedgebied moeten zijn. Ook de mysterieuze baltsroep die klinkt als een misthoorn werd in diezelfde maand gehoord. Het leverde de vogel de bijnaam moerasspook en veenheks op. De reden van zijn aanwezigheid zo laat in het voorjaar is vreemd. Een broedgeval kan nooit uitgesloten worden, maar blijft onwaarschijnlijk.

Ook de WATERRAL heeft van De Pont zijn favoriete stek gemaakt en het dier broedt er met zekerheid. Vorig jaar nog zag conservator Fons Bresseleers voor de eerste keer in zijn rijke vogelcarrière een waterral met drie kuikens. Ook dit jaar wordt de vogel veel gehoord – zijn roep klinkt als een speenvarken – en af en toe gezien. Nieuw was dat de cameraval het dier kon filmen in de Beemdkant. Daar liet in januari ook nog een GROTE ZILVERREIGER zich zien.

Rare snuiters en een vreemde gans

Op het spaarbekken van Broechem net buiten het werkingsgebied van Schijnbeemden duiken in de wintermaanden soms rare snuiters op. Op 17 januari werd een BRILDUIKER gezien. Tot eind februari dobberden op het kunstmatige meer ook enkele GROTE ZAAGBEKKEN en een paar ZWARTE ZEE-EENDEN.  Niet alledaagse watervogels.

En op het meer vlakbij de Beemdkant zag de Vogelwerkgroep in februari een KOLGANS tussen een armada Canadese ganzen. Het dier leek het Amerikaanse gezelschap wel te appreciëren.

Azuurblauwe speer

De IJSVOGEL doet het lang niet slecht. Door de aanhoudende zachte winters blijven de grachten, poelen en vijvers ijsvrij. Daardoor kan de viskoning blijven vissen. Het gevolg is dat er minder ijsvogels sterven tijdens de wintermaanden waardoor meer vogels hun jongen in de broedperiode groot krijgen. De azuurblauwe speren werden dan ook het hele jaar door gezien in de natuurgebieden en parken.

Over futen, dodaarzen en andere eenden

FUTEN daarentegen doen het minder goed. Je vindt ze enkel nog op de waters rond de forten. Verschillende paartjes broeden in het Fort van Wommelgem en Oelegem. Maar niet in het Fort van Borsbeek. De reden hiervoor is onduidelijk. Nochtans was er een broedgeval twee jaar geleden. Met succes, het koppel kreeg twee jongen.

De DODAARS, de kleinste futensoort, is een zeldzame broedvogel in de Schijnbeemden. In maart werden baltsende dodaarzen gehoord en gezien op de plas achter het zigeunerpark vlakbij het Fort van Borsbeek. En ook op de fortgracht dobberde in die maand een dodaars rond. Dodaarzen zijn niet altijd even gemakkelijk te zien, want de dekselse rakkers brengen meer tijd onder dan boven water door.

De grachten rond dat fort lijken ook in de smaak te vallen bij TAFELEENDEN. Zo’n groep van 40 vogels brachten er de winter door. Ook zo’n 30 WINTERTALINGEN lijken het naar hun zin te hebben op de fortgracht.

In de waters rond het kasteel van Schilde dook in maart een heel andere eend op: de MANDARIJNEEND. Ze waren met zeven. En in juni filmde onze camera een mandarijneend met jongen in De Pont. Het dier is een zogenaamde boomeend en broedt in boomholtes. Vermoedelijk gebruikt de mandarijneend in De Pont een oude nestkast van een torenvalk als broedplek.

Stakker van de akker

Met de KIEVIT gaat het zeer slecht. Zo slecht dat er studiedagen worden georganiseerd en programma’s opgezet om de populatie van de vogel terug naar boven te krijgen. Op 26 maart vlogen er in de velden aan het Fort van Borsbeek nog 6 kieviten rond. Het is onduidelijk of de dieren jongen hebben voortgebracht. Een kievit kan vrij oud worden, tot 25 jaar. Hierdoor kan het lijken alsof de vogel stand blijft houden, de waarheid is dikwijls anders.

De SCHOLEKSTER is nooit talrijk geweest in de Schijnbeemden. Waarnemingen zijn dan ook beperkt. Op 17 maart pleisterenden twee vogels in de Beemdkant.

Zeldzame snippen en witgatjes

WATERSNIPPEN werden hier en daar opgemerkt. Op 25 maart foerageerden 15 snippen langs de slibranden van het moeras in De Pont. WITGATJES, de vogel heeft zijn naam niet gestolen, worden af en toe gezien in de wintermaanden en vroege voorjaar in De Pont. Met hun opwippend wit gatje speuren ze naar lekkers in de slibranden van het moeras. In juli dook de steltloper ook op in de Beemdkant, vlakbij de pas aangelegde ijsvogelwand.

Zwartkopmeeuwen gesignaleerd

Een echte rariteit in het late zomerseizoen was het wekenlange verblijf van een grote groep ZWARTKOPMEEUWEN op de kleine zuiveringsbekkens van de AWW site in Oelegem. In augustus telde een vogelaar zelfs 140 vogels. De zwartkopmeeuw is van origine een typische vogel uit het middellands zeegebied. Hoewel de soort al een tiental jaren naar het noorden aan het opschuiven is en ook in de lage landen broedt, blijft dit aantal uitzonderlijk hoog.

 

Spechten en bosvogels

Tromgeroffel of tok tok tok?

Holenbroeders zoals de BOOMKLEVER, BOOMKRUIPER, KOOLMEES, PIMPELMEES, enz houden goed stand. En dat heeft veel te maken met de noeste arbeid van spechten. De veelvoorkomende GROTE BONTE SPECHT en GROENE SPECHT hakken elk jaar een nieuw gat uit een boom en zorgen zo voor nieuwe broedplaatsen voor andere holenbroeders. Andere spechtensoorten zoals de ZWARTE SPECHT en de KLEINE BONTE SPECHT zijn veel zeldzamer. Ze komen vooral voor in de bossen langs de bovenloop van Het Schijn en worden daar ook af en toe gezien of gehoord. In januari liepen twee meldingen binnen van een ZWARTE SPECHT in en rond De Pont. Een maand later werd in hetzelfde gebied een MIDDELSTE BONTE SPECHT gezien die al tokkend een boom verkende. Die soort is de laatste jaren aan een opmars bezig. Vorig jaar nog broedde een vogel op een goed zichtbare plek langs Het Schijn vlakbij De Pont.

Een vogel met een… hatsjie… verkoudheid

De HOUTSNIP wordt vooral tijdens de winter in onze natuurgebieden waargenomen. Ze verschuilen zich dan tussen de bladeren en het kreupelhout. Dikwijls gaat het maar om enkele vogels. Bijzonder is dat de HOUTSNIP in de broedperiode tijdens zonsopgang en zonsondergang al vliegend over de boomtoppen vrouwtjes lokt met een niesachtige kreet. De open plekken in het Dryhoeksbos op de grens met Schilde, Oelegem en Halle is een prima plek om voorbijvliegende houtsnippen te horen niezen.

Een houtsnip spotten is meestal een toevalstreffer. In februari 2017 werd een houtsnip gezien aan de toegangsweg van Het Veer. Een maand eerder stootten leden van de Vogelwerkgroep tijdens een controlewandeling op verschillende houtsnippen in de Beemdkant. De cameraval werd opgehangen, maar de schuwe dieren lieten zich niet zien. In 2018 doen we opnieuw een poging.

 

Roofvogels en uilen

Natuurgebied Beemdkant: paradijs voor roofvogels

De meest geziene en grootste roofvogel in onze streek is ongetwijfeld de BUIZERD met verschillende broedparen. In augustus en september cirkelden meerdere vogels boven de Beemdkant. Dat gebied is een belangrijke plek voor roofvogels. De TORENVALK broedt er succesvol in een nestkast, dankzij de goede zorgen van de Vogelwerkgroep.

In de zomer jagen BOOMVALKEN er op libellen. En ze dulden geen andere roofvogels. Dat konden vrijwilligers van het beheerteam in juli goed zien. Meerdere BOOMVALKEN verjoegen toen een BUIZERD.

Ook BOSUILEN, SLECHTVALKEN, RANSUILEN en SPERWERS vertoeven in de Beemdkant.

De witte van Wommelgem

Een bijzonder broedgeval in Wommelgem: twee BUIZERDEN waarvan één witte hebben gebroed in een wilg. Opmerkelijk was dat ‘de witte’ zich zeer goed liet waarnemen.

De tanende torenvalk

De status van de TORENVALK in de Schijnbeemden blijft bijzonder zorgwekkend. Sinds jaren hangen er nestkasten in verschillende natuurgebieden voor deze biddende roofvogel, maar de bezettingsgraad blijft laag: zo’n 40%. Dat was ooit anders.

Slechts twee van de vijf nestkasten waren bezet in 2017. Een paar jaar geleden waren dat er nog vier van de vijf. Er zijn niet alleen minder torenvalken, de aanwezige dieren schuiven op richting stad, omdat daar meer voedsel te vinden is. Het broedgeval in een nis van het Atheneum van Deurne is daar een goed voorbeeld van. Ook dit jaar was er weer een broedgeval: de vogel legde vier eieren.

Steenuil onder druk

In het Zevenbergenbos noteerde de Vogelwerkgroep één broedgeval van HAVIK en in april spotten leden van de Vogelwerkgroep een jagende havik in de Beemdkant.

De STEENUIL doet het niet goed in onze streek. Op de velden rond het Fort van Borsbeek broedt nog een koppel. En net die plek komt zwaar onder druk te staan door de uitbreiding van sportterreinen. Ook de GRASMUSSEN en ROODBORSTTAPUITEN die er broeden, zijn door de werken en de toekomstige infrastructuur hun biotoop kwijt. Opnieuw verdwijnt een stukje wilde natuur.

Comeback van de oehoe

In augustus meldt een Oelegemse vogelaar een overvliegende WESPENDIEF en SLECHTVALK boven De Pont. De vaste rustplek en uitvalsbasis van de slechtvalk op een van de hoogspanningsmasten in Viersel waar het Albertkanaal en het Netekanaal samenkomen was ook dit jaar weer bezet. Een maand later vliegt een overtrekkende VISAREND boven de Kantonbaan in Zandhoven. En midden september vloog er ook nog een visarend over het Albertkanaal ter hoogte van Merksem.

Mooie waarnemingen, maar het grote nieuws kwam er op een stralende novemberdag. Toen zagen parkwachters van het Rivierenhof tot hun grote verbazing een OEHOE zitten boven in een naaldboom. De uil zou er de hele dag een uiltje blijven knappen om dan te verdwijnen. Het is niet duidelijk of het om een wild of een ontsnapt dier gaat. In november kwam er nog een melding binnen van een oehoe, deze keer in Schilde. De waarnemingen passen in wat algemeen wordt aangenomen: de oehoe is aan een comeback bezig. Vanuit het oosten hebben ze eerst Wallonië veroverd en nu broeden ze ook in toenemende mate in Vlaanderen. Met zijn komst hebben duiven, kraaien en zelfs vossen er een natuurlijke vijand bij.

 

Zwaluwen en ooievaars

Op de bres voor de huiszwaluw

In het vroege voorjaar van 2016 hing de Vogelwerkgroep nestkasten op voor de HUISZWALUW in het centrum van ’s Gravenwezel. De kunstnesten werden geplaatst tussen een bestaande kolonie die aan het verdwijnen is. In de lente van 2017 kunnen we met plezier vaststellen dat het aantal bezette kunstnesten meer dan verdubbeld is. Ondertussen broeden er 8 paartjes. De Vogelwerkgroep volgt het project verder op en zal in de toekomst extra mestplankjes hangen waar nodig.

Boerenzwaluwen vs torenvalk

Ook met de BOERENZWALUW gaat het niet goed. Er zijn steeds minder stallen waar de vogel kan binnenvliegen om zijn nest te maken. In het Fort van Borsbeek zijn ze hier en daar nog present. Dat kon een wandelaar goed vaststellen toen die in juli zag hoe een TORENVALK aangevallen werd door zo’n 10 BOEREKES.

Petrus de ooievaar

In februari vlogen vier OOIEVAARS over de Brouwerslaan in Wijnegem. Normaal kunnen deze vogels hier niet overleven in de wintermaanden, tenzij ze ergens gevoederd worden. In het boek ‘Avifauna van de Schijnvallei: vogelnotities van 1949 tot 2005’, het levenswerk van wijlen Etienne Van Rooy, lezen we dat er in december 1991 een OOIEVAAR neerstreek in Westmalle en ter plaatse bleef tot half maart 1992, dankzij aangeboden slachtafval. De vogel kreeg de naam Petrus.

De waarneming van februari kreeg nog een vervolg. Begin maart vertoefden er twee ooievaars op de overstroomde beemden van het Vrieselhof en op 11 maart vloog een groep van zo’n 20 OOIEVAARS over de Beemdkant richting oosten.

 

Tekst: Philip Barbaix / Fons Bresseleers / Dirk Demey